Een bar in Bologna, half negen 's ochtends. Iedereen drinkt zijn koffie staand, betaalt en is weer weg. Jij twijfelt nog of het un of una is.Na Basis bestel je zonder nadenken, lees je de menukaart en vraag je de ober wat hij aanraadt.
Italiaans spreek je grotendeels uit zoals je het schrijft. Wat je leest, kun je dus ook zeggen. Dat maakt de start licht.
Wie één keer in het Italiaans een caffè heeft besteld, wil daarna meer: de menukaart lezen, de weg vragen, meepraten aan tafel.
Caldo is warm, dus die C staat niet voor koud. En la camera is een kamer, geen fototoestel.
Nonno is opa, nono is negende. Een dubbele medeklinker houd je langer aan, anders zeg je iets anders.
Un caffè, due caffè. Eindigt een woord op een klinker met een accent, dan blijft het in het meervoud gelijk.
Waarom zeg je un cornetto maar uno spritz? Dat lees je in een paar zinnen, in het Nederlands, met voorbeelden die je aan de bar meteen gebruikt.
Uitleg in je eigen taal: kort en zonder vaktaal. De grammatica komt in kleine stukken, op het moment dat je hem nodig hebt.
Je oren doen het werk: pala is een schep, palla een bal. Dat verschil hoor je pas als je het vaak genoeg hebt gehoord. Daarom heeft elk woord geluid, in twee stemmen uit Italië.
3 soorten oefeningen: vorrei (ik wil graag) zeg je aan de bar, in het hotel en bij de kaartjesautomaat. Zo komt het steeds terug, tot het vanzelf gaat.
Elke les speelt zich af op één plek: de bar, de markt, het station. Bovenaan zie je wat je aan het eind kunt.
En meer wil dan grazie. Na Basis bestel je, vraag je de weg en maak je een praatje op de camping of in het hotel.
Aan tafel praat je mee, ook als er drie mensen tegelijk praten.
En wil weten wat er op het menu staat, van antipasti tot dolci.
Basis begint bij ciao en je eigen naam. Je hoeft niets te kunnen om te beginnen.
Italiaans klinkt zoals het geschreven staat. Daarom leer je het goed met je oren: luisteren, nazeggen en pas daarna lezen. Prettig als lange teksten je moeite kosten.
Geen haast en geen rooster. Je doet een les wanneer het jou uitkomt, of twee als het goed loopt.
Eén keer betalen, meteen beginnen, levenslang toegang
Het standaarditaliaans dat je overal in Italië verstaat, van Milaan tot Palermo. In het dagelijks leven hoor je ook dialect; dat laten we rusten.
Tegen vrienden, familie en kinderen zeg je tu. Tegen de ober, de hoteleigenaar of een onbekende volwassene zeg je Lei. Elke les zegt welke vorm je gebruikt.
Lees deze drie zinnen: Abito a Bologna da tre anni. L'estate scorsa siamo stati in Puglia. Se piove, restiamo a casa. Begrijp je ze en maak je zulke zinnen zelf, begin dan bij Gevorderden. Anders is Basis de beste plek om te beginnen.
Het CILS (Universiteit voor Buitenlanders in Siena) of het CELI (Perugia). Beide hebben een examen per niveau. Bij elke cursus staat welk niveau erbij past; de examenvragen oefen je apart.
Een les past in een koffiepauze. Morgen pak je hem weer op waar je stopte.
Elk woord en elk gesprek kun je beluisteren. Dat helpt ook bij dyslexie.
Bij elke cursus zie je hoeveel uur zelfstudie we ervoor rekenen. Hoe snel je daardoorheen gaat, bepaal je zelf: een les op het terras in de zomer, of elke avond een kwartier.
Ja, graag zelfs. De eerste twee lessen van Italiaans Basis zijn voor iedereen open, ook zonder account. Je vindt ze op de pagina Gratis lessen. Maak je een gratis account aan, dan bewaren we wat je al gedaan hebt.
Deze lessen zijn voor iedereen open, ook zonder account. Je krijgt de uitleg, de voorbeelden en de oefeningen, precies zoals in de cursus.